Soms gebruiken meertalige kinderen hun twee talen door elkaar. Ze praten soms Nederlands met mama terwijl mama dat niet eens begrijpt, of ze gebruiken woorden uit het Italiaans op school terwijl de juf die taal niet kent. Waarom doen kinderen dit? In Vers van de Pers vertel ik je over een recent onderzoek over dit onderwerp. De onderzoekers hebben gekeken naar twee mogelijke verklaringen voor het mixen door meertalige kinderen. De eerste verklaring is hun taalvaardigheid in de twee talen. Dit bleek een rol te spelen bij het mixen: hoe beter hun taalvaardigheid, hoe minder de kinderen hun twee talen door elkaar gebruikten. De tweede verklaring is hun algemene cognitieve vaardigheden, in het bijzonder de zogenaamde cognitieve controle (oftewel executieve functies). Dit heb je nodig om o.a. doelgericht te handelen, om onnodige informatie te negeren, en om te kunnen plannen om een doel te bereiken. Uit dit onderzoek bleek dat kinderen met betere cognitieve controle beter in staat waren om de juiste taal te gebruiken met de juiste persoon, maar alleen in bepaalde omstandigheden. 

Het onderzoek is uitgevoerd door Megan Gross van de Bilingual Language Development lab aan de University of Massachusetts Amherst in de VS, samen met Margarita Kaushanskaya van de University of Wisconsin-Madison ook in de VS. Dit zijn de details:

Gross, M.C. & Kaushanskaya, M. (2020). Cognitive and linguistic predictors of language control in bilingual children. Frontiers in Psychology, 11, 968. doi: 10.3389/fpsyg.2020.00968 

Het stuk is open access, wat betekent dat hij gratis beschikbaar is en dus door iedereen gelezen kan worden. 

In Let’s Klets sprak ik met Marga van Mil, preventieve logopedist bij OnderwijsAdvies (onlangs gefuseerd met Marant onder de nieuwe naam 1801 Jeugd & Onderwijsadvies). Marga werkt bij de afdeling Logopedie waar zij samen met collega Carien Deutman vanuit Nederland een bijdrage heeft geleverd aan het Europese project Planting Languages. Op de website van het project vind je het mooie materiaal dat we in de podcast hebben besproken, en natuurlijk veel, veel meer. 

En we hoorden ook van onze Taalgids, Sterre Leufkens. 

Sterre Leufkens is taalwetenschapper aan de Universiteit Utrecht. In haar onderzoek vergelijkt ze de talen van de wereld, onder andere op hun complexiteit. Ze schrijft en praat graag over taal en taalkunde voor divers publiek; zo verscheen in 2016 haar boek Taal in de reeks Elementaire Deeltjes. Sterre vertelt ons dit keer over het Pools.

Foto: Carlo ter Ellen

De Poolse voorbeelden zijn ingesproken door Anna Kijak, directeur van de Poolse School in Eindhoven. Dit waren de woorden die je hoorde:

Źrebię (veulen), śruba (schroef), żona (vrouw), szum (ritselen)

Cześć! (hoi!), Dzień dobry! (goedendag!)

Tak, nie (ja/nee)

Dziękuję! (dank je wel)

Jeden, dwa, trzy (1, 2, 3)

Do widzenia! (Tot ziens!)

Comments are closed.